door Peter van Diest (lees ook Peter's eerdere columns)

De prins op het witte paard

In tegenstelling tot wat je op grond van de titel zou verwachten gaat dit stukje niet over een prins. En ook niet over het paard van een prins. Waar het wel over gaat, is de kleur van het paard van een prins. Het geval wil namelijk dat een beetje prins een wit paard heeft. Althans, als we de literatuur terzake mogen geloven. Noemen kenners van witte paarden zo'n dier ook wel 'schimmel', kenners van prinselijke aangelegenheden nemen dat woord liever niet in de mond. In het bijzijn van een bevallige prinses in spe schrikt dat maar af, vinden ze. Nou ja, in ieder geval in het bijzijn van de moeder van de prinses in spe. "Geen sprake van!" roept die dan. "Kindje, zo'n prins met schimmel, daar krijgt je alleen maar uitslag van!" En dan kun je haar natuurlijk wel uitleggen dat het gaat over een schimmelkleurig paard en niet over datgene wat je soms aantreft als je je broodtrommel een tijdje bent vergeten, maar ja, het kwaad is dan al geschied en de eerste indruk is bepaald niet best. De prins kan wel inpakken. In prinsenkringen spreekt men dus liever, enigszins overdreven, van "het witte paert". Als je het maar vaak genoeg zegt en het ook nog zo schrijft, denken ze, dan gaat het vanzelf plechtig klinken. Maar wij van het gewone volk kunnen rustig over 'schimmels' praten.

Laten wij dus eens onderzoeken waarom prinsen altijd schimmels berijden. Wat heeft een schimmel wat een bruin, zwart, of voskleurig paard niet heeft? Welnu, je kunt de vraag beter omdraaien: wat heeft een schimmel níet, of in ieder geval veel minder, wat die andere paarden wél hebben? Het voor de hand liggende antwoord is natuurlijk: pigment. Nu heeft men wel eens onderzocht welke invloed de hoeveelheid pigment op andere eigenschappen van het paard heeft. Daar is toen uitgekomen dat paarden met weinig pigment vaak ook minder zenuwuiteinden in de huid hebben. Daardoor zijn ze minder gevoelig op de huid en dat zou weer tot gevolg hebben dat ze wat minder heftig reageren op onhandige ruiters. En dat zou dan weer de verklaring zijn voor de volkswijsheid dat schimmels vaak makke paarden zijn. Maar dat is allemaal theorie en echt bewezen is het allerminst. De hoogste tijd dus voor een interview met een ervaringsdeskundige.

-Meneer, u lijkt mij een typisch geval van een prins.
-Nee maar! Hoe ziet u dat?
-Nou, aan uw statige houding en uw nobele voorkomen.
-Ach, natuurlijk, mijn nobele voorkomen…
-Nee hoor, grapje. Maar wel aan de pluim op uw hoed, uw witte cape, uw maillot en uw lachwekkend wijde laarzen.
-O. Juist ja.
-En aan uw schimmel.
-Schimmel!? Getsie! Waar?
-Achter u.
-Achter mij? Oh, u bedoelt mijn eh…"witte paert".
-Zoals u wilt. Maar even terzake: weet ú misschien waarom een prinsenpaard altijd wit moet zijn?
-Waarom vraagt u dat?
-Voor mijn column.
-Een column? Interessant! Gaat het over mij?
-Nee.
-Gaat het over mijn paard dan?
-Ook niet.
-Haha, straks gaat u mij nog vertellen dat het over de kleur van mijn paard gaat.
-Inderdaad. Maar kunt u misschien de vraag beantwoorden?
-Eh… nou, vooruit. Dat is omdat… omdat… eh…
-Omdat het chique staat?
-Meneer, wilt u mij alstublieft niet in rede vallen. Ik wilde u juist vertellen dat het is omdat het chique staat.
-Maar is een schimmel ook niet veel sneller vies?
-Kijk, dat vind ik nou zo jammer hè, nou begint u wéér over schimmel. En dat is inderdaad vies, ja. Daar zijn jandorie al drie huwelijksaanzoeken door mislukt.
-Uw smetteloos witte paard bedoel ik. Die hoeft maar even lekker in de mest en de urine te rollen, en hij is weer smerig.
-Hè jakkes! Eerst schimmel, nu weer mest en urine… Meneer, u mag wel weten dat ik uw vieze praatjes niet op prijs kan stellen.
-Goed hoor. Maar hoe zit het nou met uw smerige paard?
-Heel eenvoudig. Daar heeft men een wasstraat voor.
-Wat!? Gaat u met uw paard door een wasstraat?
-Ja hoor eens, ik zit ook liever in een Porsche op zo'n moment, maar men is prins hè, en dan moet men zich bepaalde ongemakken laten welgevallen.
-Dat uw paard helemaal in paniek raakt in de wasstraat, bijvoorbeeld?
-Nou, eerder dat mijn maillot zo langzamerhand behoorlijk strak zit, eigenlijk.
-Uw paard raakt dus niet in paniek in een wasstraat?
-Welnee meneer. Als u uw huiswerk had gedaan dan wist u dat prinsenpaarden onverschrokken zijn.
-Nu u er toch over begint: het gerucht gaat dat prinsen zelf misschien niet zo dapper zijn en daarom graag witte paarden kiezen omdat die nogal mak zouden zijn. Heeft u daar iets op te zeggen?
-Ach, dat moet u niet geloven, meneer. Dat zijn sprookjes. En wilt u mij nu excuseren? Ik heb weer een huwelijksaanzoek lopen en daarvoor moet ik eerst een draak verslaan.
-Maar draken bestaan toch niet?
-Nou, dan heeft u mijn aanstaande schoonmoeder nog niet ontmoet.






-/-