door Peter van Diest

De Fries

Op een manege vind je over het algemeen vier diersoorten: mensen, paarden, honden en katten. (Het kleine grut, zoals vleer- en gewone muizen, zwaluwen en spinnen en zo, reken ik voor het gemak even niet mee.) De driehoeksverhouding tussen de soorten op een manege moge bekend zijn: mensen houden van honden, honden houden van paarden (vooral van hun benen) en paarden houden van mensen (met appels en wortels). Katten houden alleen van zichzelf en moeten van dat ordinaire driehoeksgedoe niets hebben. Zij spelen in de rest van dit betoog dan ook geen rol.

Mensen houden van honden, maar mensen houden natuurlijk ook van paarden. Want wat is een manege nu eigenlijk, vanuit een paard bekeken? Een hotel. Voor een paard is een manege een hotel waar anderen voor je kamer betalen. En als je geluk hebt krijg je zelfs van diegenen die niet voor jou maar voor een ander paard betalen, toch af en toe een wortel toegestoken door de tralies. Als je als mens aan je vrienden vraagt of ze je hotel voor je willen betalen, al is het maar voor één nacht, dan kun je in ieder geval rekenen op meewarige blikken. Dus als iemand, jaar in, jaar uit, elke maand voor je betaalt, dan moet er toch wel sprake zijn van een heel bijzondere band, nietwaar? En dan is een vriendschappelijk bokje, als vrolijke uiting van dank, toch wel het minste wat je kunt doen.

Nu hebben mensen de neiging om dat waar ze van houden telkens een beetje naar hun eigen smaak aan te passen zodat ze er nog meer van kunnen houden. Bij levenloze objecten zoals auto's en motoren heet dat sleutelen. Bij honden en paarden heet het fokken. Fokken is eigenlijk gewoon sleutelen aan dieren. Maar je hebt er lang niet zoveel gereedschap voor nodig: zet een hengst en een merrie bij elkaar en voor je het weet wordt er gesleuteld dat het een lieve lust is. En ze gebruiken daarvoor hun eigen gereedschap. Maar hoe gaat dat nu in zijn werk, dat sleutelen? Daarvoor moet je een paard openmaken. Want een paard is eigenlijk niets anders dan een verpakking. En wat zit er in die verpakking? Genen. Tot berstens toe is een paard gevuld met genen, miljarden miniscule pakketjes met informatie over hoe het dier eruit ziet. Het eigenlijke sleutelen bestaat uit het bij elkaar gooien van de genen van twee paarden. Dat is een nogal heftig gebeuren, maar dat doet er hier even niet toe. Wat telt is het resultaat. En het resultaat is, na ongeveer elf maanden, een stuntelig veulen op vier veel te lange benen dat na verloop van tijd een beetje gaat lijken op z'n ouders. Maar meestal lijkt het een beetje meer op de één dan op de ander en daarin zit hem nou net de kneep. Als je met een beetje verstand sleutelt kun je een paard fokken dat precies is zoals jij wilt.

Toch zijn er meer verschillen te zien tussen honden dan tussen paarden. Dat komt doordat de fokkers van honden, anders dan paardenfokkers, soms nogal bizarre resultaten voor ogen hebben. Neem nou bijvoorbeeld een boxer. Dat mag dan wel een heel lieve hond zijn, maar hij ziet er natuurlijk niet uit. En dan dat gesnuif de hele tijd! Een paard met zo'n neus zou je na vijf minuten rijden uit medelijden weer op stal zetten wegens hevige ademnood. Een ander voorbeeld is de chihuahua. Het leven van zo'n beestje bestaat eigenlijk alleen maar uit de hele dag een beetje staan trillen. Nu heb je vast wel eens meegemaakt dat je paard zich eens even lekker uitschudt terwijl jij erop zit. Bepaald geen comfortabel gevoel, wel? Stel je dan nu even voor dat je paard de godganse dag niets anders doet. Moet ik het nog verder uitleggen?

Behalve met sleutelen kun je het fokken van dieren ook vergelijken met kunst. Is de paardenfokkerij een uiting van Realisme, hondenfokkers zijn Dadaïsten pur sang, voortdurend erop uit om te chocqueren. Op het Realisme van de paardenfokkerij is er één uitzondering: het Friese paard. Met een overdreven hoeveelheid haar is de Fries de poedel onder de paarden en het kan haast niet anders of er is ooit een poedelfokker uit het noorden des lands overgestapt naar de paardenfokkerij. Liefhebbers van Friezen noemen al dat haar 'behang' om je met een verwijzing naar de praktische wereld van het doe-het-zelven op het verkeerde been te zetten, maar mij belazeren ze niet. Groot uitgevallen poedels, dat zijn het, meer niet.






-/-