door Peter van Diest

Newton te paard

(of: de wetten van de zwaartekracht aanschouwelijk gemaakt aan de hand van enkele instructieve voorbeelden uit de paardrijkunst.)

In de zeventiende eeuw, toen Isaac Newton zijn zwaartekrachtswetten opstelde, was het nog niet modieus om paard te rijden alleen voor het plezier. Ware dit wel zo geweest dan had Sir Isaac waarschijnlijk geen vallende appel nodig gehad om zijn theorieën te bedenken; een simpele buitenrit had hem alle inspiratie verschaft die hij nodig had, zoals ik hieronder zal proberen aan te tonen. (Waar in dit stukje sprake is van een ruiter kan men natuurlijk ook "amazone" denken. Behalve dan bij het gedeelte over hindernissen, want we weten allemaal wel dat vrouwen veel verstandiger zijn dan mannen.)

We slaan Newtons eerste twee wetten even over en beginnen meteen met de derde wet, waarschijnlijk de bekendste: actie = reactie. Iedereen die wel eens een buitenritje heeft gemaakt, en vooral beginnelingen, kunnen hiervan zonder moeite enkele voorbeelden aanhalen: ik wil dat het paard stilstaat (om het te bestijgen), het paard loopt weg. Ik wil van de manege wegrijden, het paard gaat terug naar stal. Ik vraag vriendelijk iets met de rechterteugel, het paard gaat naar links. En dan het voorbeeld dat het dichtst bij de oorspronkelijke wet komt: ik druk op het zadel (ik kom hard neer bij het opstijgen), het zadel komt omhoog. Sterker nog: het hele paard komt omhoog, achterkant eerst. Newton beschrijft dit fenomeen niet, maar wij kennen het nu onder de doeltreffende benaming: "bokken".

En zo krijgen wij bokkenderwijs te maken met de tweede wet van Newton: een verandering van beweging is evenredig met de veroorzakende kracht en vindt plaats in de richting van die kracht. Klinkt ingewikkeld en dat hoort ook zo. Maar terwijl de door de lucht vliegende ruiter dit overdenkt maakt de natuur hem duidelijk wat er wordt bedoeld: de richting van de zwaartekracht is naar beneden en wat begon als een optimistische opwaartse beweging wordt al gauw afgebogen tot een ordinaire valpartij. (De ruiter heeft nu dringender zaken aan zijn hoofd, maar ik vertel u even dat de baan die de ruiter beschrijft bekend staat onder de naam "parabool".) De conclusie is duidelijk: de ruiter zal onvermijdelijk in botsing komen met een voorwerp dat pak 'm beet een miljard maal een miljard maal honderdduizend keer zwaarder is dan hijzelf, nl. de aarde. En ook de aarde gehoorzaamt aan de derde wet, die we al besproken hebben, dus die botst net zo hard terug.

Dan houden wij nog over: de eerste wet van Newton, ook wel bekend als de traagheidswet. De moeilijke formulering luidt: een lichaam blijft in rust of volhardt in zijn beweging tot er een kracht op werkt. Dit kunnen wij illustreren aan de hand van zoiets simpels als het nemen van een hindernis. Paard en ruiter zijn met snelheid X op weg naar een hindernis van, zeg, één meter vijftig. Was het maar vijftig centimeter geweest dan was dit waarschijnlijk geen geslaagd voorbeeld. Enfin, aangekomen bij de hindernis trekt het paard de enig juiste conclusie en stopt. Door de uitstekende grip van de hoeven op de ondergrond kost hem dat geen enkele moeite. De ruiter echter, bij gebrek aan wrijving, "volhardt in zijn beweging" en komt andermaal onzacht in aanraking met de veroorzaker van al die zwaartekracht, zoals gezegd, de aarde. Eén troost: de hindernis is genomen.

De conclusie die we uit dit alles kunnen trekken is simpel: de natuur zal altijd alles in het werk stellen om paard en ruiter van elkaar te scheiden en haar belangrijkste wapen daarbij is de zwaartekracht. Het enige dat we kunnen doen om de schade enigszins te beperken is het opzetten van een cap en hopen dat de natuur een keertje niet kijkt als we gaan rijden. Een prettige rit verder.






-/-