door Peter van Diest

Paardenkrachten

Iedereen heeft wel eens gehoord van "paardenkrachten". En dan heb ik het natuurlijk niet over de mensen op stal, hoezeer deze krachten ook worden gewaardeerd, daarover misschien een andere keer. Nee, ik bedoel die enigszins ouderwets aandoende eenheid van vermogen die je altijd vermeld ziet staan in de technische specificaties van auto's. Hoe modern auto's ook mogen zijn tegenwoordig, voor de gewone mens wordt het vermogen nog steevast uitgedrukt in paardenkrachten. Voor de meer technische types is er nog een andere, modernere eenheid, de kilowatt, maar persoonlijk kan ik daar dus weinig mee, het zegt me niet veel. Het is met kilowatts een beetje zoals met euro's: je weet op het eerste gezicht gewoon niet wat een bedrag in euro's nou helemaal waard is. En zo weet ik dus ook niet hoeveel een kilowatt nu eigenlijk is. Want een kilowatt kun je niet zien en een paardenkracht wel. Een paardenkracht is gewoon de kracht van een paard, simpel! En als je een paard ziet kun je wel ongeveer inschatten hoe sterk zo'n beest is. Als paardenmens heb je het nog makkelijker, je voelt gewoon die ene pk onder het zadel (of voor de wagen) voor je aan het werk.

Maar is het nou wel zo eenvoudig? Wat kun je eigenlijk doen met één pk? En is één pk wel altijd één pk? Je hebt tenslotte kleine paarden en grote paarden, oude en jonge paarden, om nog maar niet te spreken over luie en energieke paarden, en niemand zal toch in alle ernst geloven dat al die paarden precies even sterk zijn, wel? Om enig licht op deze zaak te werpen had ik een gesprekje met een Schotse gentleman, de bedenker van de paardenkracht, tevens instrumentmaker en uitvinder van, geloof het of niet, een beeldhouwmachine.

-Goedendag, zou u zo vriendelijk willen zijn u even voor te stellen aan de lezers?
-De naam is Watt. James Watt.
-En u bent uitvinder, wat?
-Jazeker. En zegt u maar James.
-In mijn aantekeningen hier zie ik dat u de paardenkracht heeft bedacht, kunt u ons daar iets meer over vertellen?
-Wel, toen ik mij met stoom-machines bezig hield vroegen de mensen mij hoeveel werk zo'n machine eigenlijk kon verrichten en toentertijd was er geen eenheid om dat in uit te drukken. Dus toen heb ik de paardenkracht voorgesteld.
-Zomaar ineens?
-Nee nee, daar ging natuurlijk wel het een en ander aan experimenten aan vooraf. U moet bedenken dat het een serieuze zaak is, zo'n eenheid van vermogen. De werktuigbouw moet er tenslotte een hele tijd mee vooruit kunnen.
-Wat had u dan voor alternatieven voordat u op de paardenkracht kwam?
-Nou, ziet u, wij hadden thuis een hamster, en dat beestje was altijd zo fanatiek aan het rennen in zijn tredmolentje dat ik dacht: laat ik daar eens iets mee proberen. Het probleem was echter dat één hamster in z'n uppie niet zoveel presteert, dus heb ik alle hamsters van Glasgow opgekocht en ze gezamenlijk ingespannen om ze, via een katrol, mijn vrouw van vijfenzeventig kilo, hopelijk in één seconde één meter de lucht in te laten tillen.
-En dat resulteerde in de hamsterkracht?
-Nou, nee, eigenlijk niet. Ik weet niet of u het wel eens heeft geprobeerd, maar als je zo'n duizend hamsters bij elkaar zet, dan beginnen er minstens vijfhonderd met elkaar te vechten en de overige vijfhonderd slaan als gekken aan het paren. Een dolle boel dus, maar mijn vrouw was na enkele minuten nog geen centimeter omhoog gekomen en ze zei dat ze nog wel wat anders te doen had. Dus haast was geboden. Gelukkig had de buurman nog een paard beschikbaar en die klaarde het karwei in z'n eentje.
-En daarmee deed de paardenkracht zijn intrede in de wereld. Had u dat nou niet meteen kunnen bedenken? Ik bedoel, dat het eenvoudiger zou gaan met een paard?
-Ja, hoor eens, uitvinden is een zaak van allerlei mogelijkheden uitproberen en die hamster was nou eenmaal het eerste wat beschikbaar was.
-Toch wel een beetje ouderwets nu hè, die paardenkracht?
-Pardon?
-Nou, gezien het feit dat er inmiddels zo’n tweehonderd jaar verstreken zijn sinds u de paardenkracht introduceerde...
-Meneer, dat doet niets af aan het nut van de paardenkracht. Galileo leefde nog veel eerder en de aarde draait toch nog steeds om de zon?
-Ja, maar dat is toch niet hetzelfde?
-Details, meneer, details.
-Maar doet het u dan geen genoegen dat we tegenwoordig kilowatts hebben? Die zijn naar u genoemd.
-Werkelijk...?
-Zeker weten.
-En hoeveel kilowatts is één paardenkracht dan?
-Eh, één pk is 0.746 kilowatt, geloof ik.
-Fascinerend...
-Hier, kijk maar, ik heb hier de brochure van deze auto...
-Brochure? Auto?
-...en daar staat dat hij een vermogen heeft van vijfentachtig kilowatt, afgerond komt dat neer op zo’n honderdvijftien pk.
-Honderdvijftien pk? Allemachtig, wat een verspilling! Om onze koets te trekken zijn twee paarden meer dan genoeg. Mijn vrouw en ik spreken altijd gekscherend van onze ‘deux-chevaux’.
-Maar deze auto haalt dan ook tweehonderd kilometer per uur.
-Nonsens! Zo hard kunnen paarden helemaal niet, twee paarden niet, en honderdvijftien paarden ook niet...

Vreemd. Ik had van een uitvinder toch iets minder rechtlijnig denken verwacht. Wij laten hem maar weer terugzakken in de geschiedenis en concentreren ons nog even op een paar feitjes. Naar het schijnt heeft de heer Watt voor zijn experiment een bijzonder sterk paard gebruikt want het gemiddelde paard heeft een vermogen van ongeveer tweederde paardenkracht. En als we bedenken dat de waterbuffel wereldwijd veel vaker wordt gebruikt als trekdier dan het paard, dan beseffen we dat ‘buffelkracht’ eigenlijk een betere term zou zijn, temeer daar we ook spreken van ‘buffelen’ als we hard werken. Maar één ding zegt me dat we erop kunnen vertrouwen dat de paardenkracht nog wel even blijft. Een zak met ‘kilowattvoer’ in plaats van ‘paardenkrachtvoer’, en ook nog geprijsd in euro’s, dan bedenk je je toch wel drie keer voor je zoiets koopt?






-/-