door Peter van Diest

Paardenmensen

(Waar in dit stukje sprake is van "hij", "hem" of "zijn", kan de lezer natuurlijk ook "zij" en twee keer "haar" lezen. In dat geval is een bezoek aan de oogarts wellicht aan te raden, of moet de lezer het misschien wat kalmer aan doen met alcohol, want er staat toch echt gewoon "hij", "hem" en "zijn". Dat de schrijver dezes daarmee ook doelt op leden van het vrouwelijk geslacht, staat volkomen los van 's lezers problemen met zijn ogen of met drank.)

Paardenmensen zijn een beetje eigenaardig. Als je er zelf een bent valt dat waarschijnlijk niet zo op, maar let eens op de gezichten van anderen als er een paardenmens aan het woord is. Met een meewarige blik wordt de prater bekeken en de toehoorders werpen elkaar af en toe een blik van verstandhouding toe. Het slachtoffer heeft niets in de gaten, maar op het moment dat hij de "knoppen van het paard" ter sprake brengt, knapt er iets bij het gehoor. Men denkt onwillekeurig aan Prozac en mannen met witte jassen. Terwijl de spreker oeverloos uitweidt over buitenritten (bestaan er ook binnenritten dan?), zitlessen (ik kon al zitten eer ik n jaar werd) en "van hand veranderen" (ik BEN linkshandig en ik BLIJF linkshandig!) wordt steels op horloges gekeken, en zoeken sommigen wanhopig naar een mogelijkheid om op niet al te onbeleefde wijze te kunnen verdwijnen. Want wat moet je in vredesnaam zeggen als het moment daar is waarvoor je al minutenlang vreesde? Als die ene vraag die als een zwaard van Damocles boven het gezelschap hing plotseling zomaar wordt gesteld? De vraag "of jij het niet eens wilt proberen, paardrijden?" Hoe maak je hem duidelijk (zonder het uit te spreken natuurlijk, je hebt ook je trots) dat je paarden eigenlijk doodeng vindt, vooral binnen een straal van twee meter, laat staan dat je erop gaat zitten. Een buitenrit, het idee! Hebben die paardenmensen dan al die films niet gezien, waarin de ruiter onvermijdelijk met zijn kop tegen een lage tak knalt terwijl het paard er vrolijk hinnikend onderdoor galoppeert? "Ach", zeg je schijnbaar achteloos, "dat is niets voor mij, dat eeuwig rondjes rijden in zo'n zandbak." Domme zet. Hele domme zet. Dat was wel het laatste wat je had moeten zeggen. Want nu krijg je een zondvloed van woorden over je heen over hoe leuk het is, en dat iedereen het kan leren, en dat het met dat rondjes rijden wel mee valt, et cetera, et cetera. Maar als ik vanuit de foyer de bak in kijk, wat zie ik dan, avond aan avond? Verdomd als het niet waar is, mensen die al tien of twintig jaar paardrijden, en ze rijden nog steeds rondjes! Maar goed, uiteindelijk lijk je er niet meer onderuit te kunnen en je geeft toe, al is het maar om er af te zijn. Dus je gaat naar zo'n les? Goed, afgesproken, voor n keer dan.

Enfin, het is nu bijna vijftien jaar later en ik draai braaf m'n rondjes, sinds kort op een eigen paard. Ik help bij wedstrijden, schrijf stukjes voor het clubblad en maak buitenritten. (Ik blijf beducht voor lage takken, trouwens.) Maar dat ik na die eerste keer vrijwillig vaker zou gaan is iets dat vr die eerste les ondenkbaar was en erna vanzelfsprekend. Paardrijden is verslavend. Waarom dacht je dat ze die grote billboards langs de snelweg met die Marlboro-mannen erop moesten verwijderen? Had iets te maken met het verbod op sigarettenreclame, dacht je? Welnee, er stond een paard op! En waar denk je dat die paddo's uit de koffieshop mee worden opgekweekt? Met paardenmest!

Ik draaf door...






-/-